Posts tonen met het label MRTfotografie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label MRTfotografie. Alle posts tonen

Tips voor het fotograferen van zonneharpen

Dit blog is verhuisd en kun je vanaf heden volgen via deze link


Dit blog wordt niet meer aangevuld en wordt binnenkort  verwijderd.







Al snel krijg je een mystiek aandoende foto met deze zonneharpen.
Om deze zonnestralen te kunnen fotograferen heb je een aantal ingrediënten nodig:

  • De zon moet laag staan, dus in het najaar of anders in de vroege ochtend vlak na zonsopkomst of aan het eind van de dag voor zonsondergang. Midden op de dag en zeker in de zomer is het licht vaak te hard.
  • Er moet vocht en/of stof in de lucht zijn. Een heel klein beetje mist is het mooist
  • Weinig of geen wind
  • Een droge dag
Zichtbaarheid zonnestralen
Door de weerkaatsing van de zon op de vocht- en/of stofdeeltjes in de lucht ontstaan de zonnestralen. Door de takken en het gebladerte wordt een deel van het licht tegengehouden waardoor het lijkt alsof je allemaal aparte stralen fotografeert.
Je kunt ze het beste zien door tegen de zon in te kijken en dus ook de camera naar de zon richt. Heb je ook nog een donkere achtergrond, wat bij een bos al snel het geval is en er valt een lichtvlek op de grond dan heb je al een compleet verhaal.





Zichtbaarheid zon
Als je de compositie gaat bepalen zorg er dan voor dat de zon zelf niet zichtbaar is maar door een boom of tak verborgen wordt om een uitgebeten witte vlek in je foto te voorkomen.
Wil je het accent niet leggen op de zonneharp maar op de zon zelf, kies dan voor een heel klein diafragma ( bijv. f16 of f22) waardoor de zon een sterretje lijkt te worden en geen uitgebeten witte vlek. Let er op dat je niet echt in de zon kijkt, dus meet het licht ook niet op de zon maar er naast. Je zou er een enorme oogbeschadiging aan over kunnen houden.





Belichtingscompensatie
Als het donker is in de omgeving dan zal de lichtmeter van je camera waarschijnlijk iets gaan overbelichten. Dat willen we niet want daardoor wordt de zichtbaarheid van de zonnestralen sterk verminderd. Je kunt dit voorkomen door -1 stop te compenseren of zelfs nog meer.
Dit moet je even uitproberen. Het beste kun je een aantal opnames maken met verschillende belichtingen en thuis op de computer de beste eruit selecteren.

Histogram 
Gebruik ter plaatse het histogram na elke opname om te checken of je foto niet te sterk onder- of overbelicht wordt.

Diafragma
Zelf vind ik het bij dergelijke opnames mooi om zoveel mogelijk scherptediepte te gebruiken, dus voor een klein diafragma ( hoog getal) te kiezen. Soms is het echter te donker en om te voorkomen dat ik de ISOwaarden moet opschroeven gebruik ik een groot diafragma waardoor ik een kortere sluitertijd kan gebruiken. Zolang je met korte brandpuntafstanden werkt ( bijv. 24 mm) zal je van onscherpte weinig last hebben. Je kunt er natuurlijk ook voor kiezen om een statief mee te nemen, waardoor je bewegingsonscherpte voorkomt.




Wolken
De zonneharpen in het bos tref je meestal bij een wolkeloze lucht. Toch zie je regelmatig bij een wolkenlucht  een zonneharp verschijnen. De zon zit dan precies op een wolkenrand en de stralen piepen net door de opening in de bewolking. 



Zwart/Wit fotografie


Dit blog is verhuisd en kun je vanaf heden volgen via deze link


Dit blog wordt niet meer aangevuld en wordt binnenkort  verwijderd.













Alhoewel vele generaties met zwart/wit foto's zijn opgegroeid heeft de kleurenfotografie, na de introductie van Kodachrome in 1935, steeds meer terrein gewonnen en is het nu standaard om je foto's in kleur te nemen en eventueel af te laten drukken.
Maar op dit moment is Zwart/wit fotografie steeds meer in opkomst, een goede reden om daar eens wat meer aandacht aan te besteden.
Zicht over de vijver op de achterkant van Paleis Soestdijk zwartwitfotografie
De achterkant van Paleis Soestdijk

Waarom grijpen we toch weer terug naar zwart/wit? Waarschijnlijk zit daar iets van nostalgie bij en naast het feit dat de keuze tussen kleuren- en zwart/witfotografie ook een kwestie van persoonlijke smaak is, zijn er nog een aantal andere redenen om toch weer voor zwart/wit te kiezen. Zo kun je bij portretfotografie een lelijke huid verdoezelen of het karakter benadrukken en bij landschappen de grillige vorm van een kuststrook of kale boom benadrukken en bij architectuur vreemde texturen. Maar nogmaals het is ook een kwestie van smaak.
                                                           
Eemhuis te Amersfoort Zwart-witfotografie
Bijzondere gevelbekleding van het Eemhuis te Amersfoort

Doordat de kleuren niet meer kunnen afleiden, gaat alle aandacht naar licht, vormen, contrasten, compositie. Het draait weer echt om het onderwerp!


Een paar tips:

  • Wellicht denk je dat je bij zwart/wit fotografie het beste je camera in het menu op de monochroom stand kunt zetten. Doe dit niet, je camera kiest dan voor een standaard omzetting, wat over het algemeen vrij contrastloze en vlakke foto's oplevert. Blijf gewoon in kleur fotograferen en zet later op de computer je foto's om in een bewerkingsprogramma zoals bijvoorbeeld Photoshop (Elements) of Lightroom. Je kunt dan zelf per kleur bepalen hoe licht of donker je de zwarten, grijzen en witten hebben wilt, waardoor je meer contrast kunt verkrijgen.
  • Fotografeer je altijd in Jpeg-kwaliteit maar je camera beschikt ook over RAW-kwaliteit, zet hem dan nu in ieder geval om naar RAW ( kijk hier even bij het het blogje fotograferen in Jpeg of RAW voor uitleg, als je het verschil niet kent). Het is sowieso altijd slimmer om in RAW te fotograferen, maar nu geeft het je nog een extra voordeeltje. Wanneer je in RAW bestand opslaat kun je namelijk wel je camera in het menu op monochroom zetten. Heb je de foto gemaakt dant verschijnt op je LCD-scherm direct een zwart-wit foto i.p.v. een kleurenafbeelding. De kleuren zijn echter niet weg. Je ziet een jpeg afbeelding, waarop de standaard zwart-wit omzetting van de camera is uitgevoerd die in het RAWbestand is opgenomen. Open je het RAW bestand op je computer dan zie je alle kleuren weer en kun je jouw eigen zwart-wit omzetting uitvoeren.
  • Bij harde contrasten krijg je de mooiste zwart/wit afbeeldingen, dus zoek naar die contrasten. Bijvoorbeeld in hoogzomer midden op de dag als de zon hoog staat en harde schaduwen geeft.
  • Texturen en structuren komen juist erg mooi uit in zwart-wit. Zorg in dit geval voor strijklicht ( licht van de zijkant) om de contrasten te benadrukken. Zand, hout, huid en haar komen helemaal tot hun recht. Gebruik daarbij een klein diafragma ( groot getal) voor volledige scherpte.
  • Fotografeer op een lage Isowaarde. Hoge Isowaardes geven digitale ruis, vaak heel goed zichtbaar in donkere partijen van de foto en niet de bedoeling. Eventueel kun je later in een bewerkingsprogramma nog korrel toevoegen, wat er heel anders en meer natuurlijk uitziet dan digitale ruis.
zand in kleur en zwart-witfotografie
De structuur van het zand komt in de zwart/wit foto beter tot zijn recht
In het water spelende tijgers kleur- en zwart-witfotografie
Een moeilijke keuze, maar ik ga voor de zw/w. daar het groen van het water minder afleidend werkt
Kootwijker Zand. Boomstronk.
Waar de structuur van de boom in de kleurenafbeelding wat wegvalt komt deze in de zw/w foto meer tot uiting
Huwelijksfoto in kleur- en zwart-witfotografie
De structuren van de huid zijn minder zichtbaar in de zw/w foto, waardoor je meer kunt uitvergroten.


Wil je meer weten over fotografie? Misschien is de workshop dan wel iets voor jou! Klik hier voor meer informatie.

Fotograferen in RAW of in Jpeg?

Dit blog is verhuisd en kun je vanaf heden volgen via deze link


Dit blog wordt niet meer aangevuld en wordt binnenkort  verwijderd.





















Wat is RAW?

Een RAW bestand kun je zien als het ouderwetse negatief wat je vroeger na het ontwikkelen van het filmrolletje uit het analoge tijdperk kreeg. Je hield ze vervolgens tegen het licht om te beoordelen of deze goed genoeg was om af te laten drukken.

Een foto in RAW- kwaliteit gemaakt bevat alleen de ruwe data die van de sensor komt en wordt opgeslagen op het geheugenkaartje. Wanneer je in Jpeg-kwaliteit fotografeert worden er direct een aantal standaard bewerkingen in je camera op de foto uitgevoerd. Zo wordt het contrast wat verhoogd, de witbalans wordt aangepast, de foto wordt iets verscherpt en het bestand wordt van 12- of 14 bits teruggebracht naar 8 bits.
Wordt een foto in RAW kwaliteit opgeslagen op het geheugenkaartje dan worden de bovenstaande instellingen wel opgeslagen maar niet op de foto doorgevoerd. Je kunt dan later met een bewerkingsprogramma je foto naar eigen inzicht aanpassen zonder het bestand zelf aan te tasten. Iedere keer als je dat RAW bestand weer opent worden de instellingen die je hebt aangepast weer op de foto toegepast voordat deze op je beeldscherm verschijnt.
Bij foto's genomen in Jpeg zijn al die bewerkingen al doorgevoerd en is het alleen mogelijk deze te wijzigen door het bronbestand aan te tasten. Dat betekent dat iedere keer als je de Jpeg foto opent de kwaliteit weer iets achteruit gaat.

Alle spiegelreflexcamera's, veel systeemcamera's en zelfs een aantal compactcamera's bieden de mogelijkheid om foto's in RAW te maken. Vanaf de fabriek staat je camera standaard op Jpeg, maar je kan dit in het menu ( onder het kopje kwaliteit) wijzigen. Je hebt dan verschillende mogelijkheden:
Jpeg large, Jpeg medium, Jpeg small, RAW, of een combinatie van Jpeg en RAW.
  1. Oslaan in JPEG. Op deze manier bewerkt de camera op een geavanceerde manier de foto alvast een beetje. Standaard wordt het contrast verhoogd, het beeld wordt verscherpt en nog wat meer van dit soort zaken. Vervolgens, en dat is heel belangrijk te begrijpen, wordt de foto opgeslagen met gebruikmaking van compressie, waardoor details verloren gaan. Er kan gekozen worden wat de mate van compressie is. Hoe meer compressie, hoe kleiner het bestand maar des te meer informatie zal er verloren gaan. De foto krijgt .jpg als extensie.
  2. Opslaan in RAW. Er vindt geen enkele bewerking plaats en alles wat de camera heeft waargenomen wordt ook vastgelegd in het uiteindelijke bestand. Hierdoor is dat bestand ook groter. De foto krijgt bijvoorbeeld .nef (nikon), crw of .cr2 (canon) of .arw (Sony) als extensie. Ieder merk heeft zijn eigen formaat, .raw bestaat niet. 
  3. Een combinatie van beiden is meestal ook mogelijk, waarbij de camera de opname zowel in RAW, als in JPEG wegschrijft.


Nadelen van het RAW-formaat:

  • Met Raw- bestanden kun je in eerste instantie niets doen. Je kunt ze niet afdrukken, niet per e-mail versturen of op sociale media plaatsen. Raw-bestanden moeten dus eerst bewerkt en omgezet worden naar Jpeg formaat en dat kost tijd.
  • Bovendien moet je op de computer kunnen beschikken over een  bewerkingsprogramma dat met RAWbestanden overweg kan.


  • Raw bestanden ( 12- of 14-bits) zijn groter dan Jpeg afbeeldingen ( 8 bits) en nemen dus meer ruimte in op je geheugenkaartje en de (externe) harde schijf van je computer. Gelukkig zijn de geheugenkaartjes niet zo duur maar als in het verleden en dit geldt ook voor de externe harde schijven die je via usb aan je computer koppelt.



Voordelen van RAW-formaat: 

  • Er gaan geen details verloren door de compressie, waardoor er meer kleurinformatie beschikbaar is en de foto of delen van de foto gemakkelijker en mooier verbeterd kunnen worden. Donkere delen kunnen opgelicht worden zonder ruis te krijgen en ook uit de lichte delen kun je nog details halen, iets wat bij een Jpeg afbeelding over het algemeen zijn sporen achterlaat.
  • Je hebt zelf alle invloed op het aanpassen van witbalans, contrast, scherpte e.d. 


Conclusie

Uit bovenstaande blijkt dat het belangrijk is je af te vragen wat het doel van de foto's is en wat voor jou belangrijker is:

  • Bij RAW foto's behoud je meer details en heb je meer controle over het uiteindelijke resultaat. 
  • Bij Jpeg foto's kun je sneller werken en heb je kleinere bestanden.
Je kunt je daarbij voorstellen dat je voor RAW kiest als je gevraagd bent een bruiloft te fotograferen. Men verwacht niet anders dan dat je mooie foto's maakt en van uitstekende kwaliteit, bovendien heb je geen tweede kans om diezelfde foto's te maken.
Fotografeer je ( bij wijze van spreken) de kat van de buurvrouw die toevallig voorbij komt dan is die kwaliteit veel minder belangrijk en zou je voor snelheid kunnen kiezen.

Is dit niet helemaal duidelijk of wil je meer weten over de basisprincipes van de digitale fotografie, dan is de workshop misschien wel iets voor jou


Tips voor de vakantie

Dit blog is verhuisd en kun je vanaf heden volgen via deze link


Dit blog wordt niet meer aangevuld en wordt binnenkort  verwijderd.





Reisfotografie is niet altijd even gemakkelijk. Fotografen moeten om kunnen gaan met veel verschillende invloeden en omstandigheden. Of dat nu is door de beperkte bagage die je mee kunt nemen, de taalbarriere of de weersomstandigheden het vergt soms nogal wat vakmanschap om bepaalde elementen het hoofd te kunnen bieden. En dat maakt niet uit of je nu cruise maakt naar het noordpoolgebied, een appartement in Toscane voor twee weken gaat bewonen of je de caravan voor een seizoen in Zeeland neerzet.
Het belangrijkste is dat jij op het juiste moment op de ontspanknop drukt en een foto kunt maken die weergeeft wat jij op dat moment zag en/of voelde.
Het begrijpen van de lichtinstellingen op je camera is een must om een goede foto te maken. Misschien is het handig als je de vorige blogjes over de techniek nog even naleest.

Voordat je op vakantie gaat

  • Het is handig om voordat je op reis gaat alvast wat research naar je bestemming te doen, zodat je ter plaatse geen tijd hoeft te verliezen. Internet biedt daartoe volop mogelijkheden, zoals de sites van de lokale VVV's. Neem ook eens een kijkje op websites van andere fotografen. Ook kan het je enorm inspireren om naar series/films te kijken welke zich afspelen in het gebied van jouw reisdoel. Eventueel maak je aantekeningen welke je meeneemt. Misschien zijn de cultuurverschillen wel erg groot en mag je niet overal zomaar fotograferen, of zijn er op bepaalde dagen festiviteiten welke interessant/leuk zijn om vast te leggen.
  • Check je reisverzekering. Zijn je camera + accesoires meeverzekerd en zo ja, wordt dit ook gedekt indien je apparatuur in de auto laat liggen? Het is aan te raden om kopieën van de aankoopbewijzen mee te nemen voor het geval je apparatuur gestolen wordt of beschadigd raakt, ook prettig dat je bij de douane kunt bewijzen dat de apparatuur al in je bezit was voordat je op reis ging. Ga je buiten Europa dan heb je een reisverzekering met werelddekking nodig.
  • TIP: Stuur alle kopieën van je reisbescheiden, verzekerings- en eventueel autopapieren, aankoopbewijzen, paspoort en rijbewijs in een mapje naar je eigen emailadres of sla ze in de cloud op, zodat je altijd een back-up hebt.


Je cameratas
Fotograferen op reis moet leuk en comfortabel zijn
Ga je met de auto dan maakt het niet zo heel veel uit wat je aan apparatuur meeneemt, maar ga je vliegen of een voettocht maken is het zeker van belang en is het zaak om goed na te denken wat je in je tas stopt.
Een rugtas is aan te raden. Test deze wel in de winkel of hij wel goed bij je lichaam aansluit en of al je apparatuur in de tas past. Neem je apparatuur dus mee.




Wanneer je twijfelt over lenzen kies dan voor een standaardzoom ( 18-70 mm of  18-125mm). Hiermee kun je zowel dichtbij als veraf goede foto's maken.
Loop eventueel je mappen met vakantiefoto's nog even door om te checken welk objectief je het meest op je reizen hebt gebruikt.
Denk aan voldoende (lege) geheugenkaartjes. Een aantal kleine kaartjes zijn altijd handiger en veiliger dan één groot opslagkaartje.
Zorg voor een opgelade batterij en neem een reserverbatterij plus de oplader mee.

Onderstaande zaken zijn geen must, maar wel handig in bepaalde gevallen :
- Eventueel kun je lichtgewicht statief, welke je aan je rugzak kunt hangen, voor foto's met langere sluitertijd
- Flitser voor donkere omstandigheden ( + batterijen)
- Een plastic zak  biedt hulp bij een onverwachte regenbui of zandverstuiving en houd je knieen schoon
- microvezel doekje
- Polarisatiefilter



Ter plaatse
  • Zet je camera op de hoogste resolutie als je in Jpeg fotografeert. Het kost wel extra ruimte op je kaartje, maar zo kun je de foto's wel af laten drukken.
  • Heb je een zonnekap? Gebruik hem dan ook, het voorkomt lensflare. Bij mij zit de zonnekap er altijd op, zelfs als het donker is.
  • Maak meerdere opnames uit verschillende standpunten ( hoog, laag, stapje naar links of rechts). De kans is dan groter dat er een geslaagde foto tussen zit.
  • Is je onderwerp wat verder weg.... loop er dan naar toe en probeer dichterbij te komen. Het zoekplaatje van dat mooie gekleurde vogeltje ergens tussen het gebladerte vind niemand geweldig.
  • Indien je fotograferen op de handmatige stand nog steeds moeilijk vindt, maak dan gebruik van de scenestanden op je camera. Zo zorgt de portretstand ervoor dat de achtergrond onscherp wordt en je onderwerp er meer uitspringt. De landschapsstand zorgt er juist voor dat alles scherp op de foto komt.
  • Denk aan de compositie. Tips kun je hier nalezen, ze maken je foto interessanter.
  • Vermijdt rommel op je foto zoals prullebakken en verkeersborden.
  • Let op je achtergrond zodat er geen boom uit het hoofd van je onderwerp groeit.
  • Houd je camera recht, zowel in de verticale als in de horizontale stand. Bij de meeste camera's kan je in het menu instellen dat er een raster zichtbaar is als je door de zoeker kijkt. Dit kan je daarbij helpen.
  • Sta een keer vroeg op voor het mooiste licht. Dat heb je tijdens het eerste en laatste uur zonlicht van de dag. Dit is veel mooier dan het keiharde zonlicht midden op de dag welke harde schaduwen geeft. Op http://golden-hour.com/ kun je nakijken wanneer het licht het mooiste is op jouw vakantiebestemming.
  • Zoek een thema waar je elke dag een foto van maakt. Bijvoorbeeld deuren, of alle rode objecten. Aan het eind van de vakantie heb je een bonte verzameling waarvan je een leuke compilatie kunt maken. Het helpt je kritischer te kijken en te zien.
  • Wissel overzichtsfoto's af met foto's van details. Dit maakt een reportage compleet.
  • Kijk eens naar de ansichtkaarten van de omgeving. Vaak kan je daar wat inspiratie uit halen
  • Last-but-not-least GENIET! Je hebt vakantie!


Na thuiskomst
Dan wil je natuurlijk weten wat er van je foto's is geworden. Waarschijnlijk is het eerste wat je gaat doen  je foto's op de computer zetten en een backup maken. Vervolgens ga je ze selecteren en misschien nog bewerken voordat je ze doorstuurt om af te laten drukken.
Bekijk ze deze keer eens kritisch en probeer uit te vinden waarom de ene foto beter gelukt is dan de andere. Zo kun je bijvoorbeeld nagaan of bij een bewogen foto de sluitertijd wel correct was.
Evalueer voor jezelf of er uit is gekomen wat je verwacht had of dat de foto's toch nog zijn tegen gevallen en waarom dan wel.
Je zal daardoor de volgende keer met nog betere opnames thuiskomen.








Compositie

Dit blog is verhuisd en kun je vanaf heden volgen via deze link


Dit blog wordt niet meer aangevuld en wordt binnenkort  verwijderd.














In de vorige blogjes staan handvatten om technisch gezien een mooie foto te maken.
Maar om een foto aantrekkelijk te maken voor de kijker moet de compositie ook in orde zijn.
Dit heeft niet zozeer met techniek te maken maar meer met inzicht en gevoel, alhoewel er wel een aantal regels bestaan om je foto sprekender, mooier en interessanter te maken.

Het is geen must en je mag ze ook direct weer naast je neer leggen, maar het is wel handig om ze in je achterhoofd te houden bij het fotograferen om een bepaald resultaat te behalen.


Plaatsing van de horizonlijn
Landschapsfoto's maak je aantrekkelijker door de horizon niet in het midden te plaatsen. Bij een mooie lucht kies je voor een lage horizon. Gaat het meer om het onderwerp op de grond of is het een grijze dag en dus een grauwe lucht dan kies je ervoor om de horizon hoog in beeld te plaatsen.
De horizon in het midden is eigenlijk not done, uitgezonderd bij foto's met reflecties volgens de regels. ( die er zijn om te overtreden ;) )

Kootwijker Zand
Hoge horizon

Veld geel koolzaad onder een blauwe lucht
Lage horizon

Regel van derde/ Gulden snede en kijkruimte
Ook voor objecten geldt:
Zet je onderwerp niet in het midden van je beeld. Als je het onderwerp op 1/3e of 2/3e van het beeld plaatst, creëer je meer spanning in je foto. Dit is makkelijk te realiseren door denkbeeldig een boter-, kaas-, en eierveld over je beeld te plaatsen en het object op één van de snijlijnen te zetten.
Bij veel camera's is het mogelijk de instellingen in het menu zo aan te passen dat je in de zoeker het raster zichtbaar maakt zodra je de ontspanknop half indrukt.

Geef je onderwerp als het een mens of dier betreft ook kijkruimte.
Portretfotografie op locatie met natuurlijk licht
Regel van derde en kijkruimte

Vrijmaken van de achtergrond
Om meer de aandacht op je onderwerp te vestigen in een foto kun je deze vrijmaken van de achtergrond.
Dit kun je doen door te fotograferen met een kleine scherptediepte, zodat het onderwerp scherp wordt weergegeven en de achtergrond vaag ( zie ook de foto hierboven). Je kunt ook gaan werken met sterke contrasten in licht en kleur of je kiest voor een hele rustige achtergrond zoals een muur.
La Palma: Dode boom in de lava
Contrast in licht en kleur


Geef diepte aan je foto's
Een foto is nu éénmaal niet driedimensionaal, alhoewel dat niet lang meer zal duren. Maar voorlopig moeten wij zelf nog zorgen dat er diepte in de foto komt en dat kun je bereiken door een object op te zoeken wat je op de voorgrond van het beeld te plaatsen, een struik of een kei. Je kan deze onscherp houden zodat het oog direkt naar het hoofdonderwerp wordt geleid.
Agave bij de Spaanse Middellandse Zeekust
De agave op de voorgrond geeft diepte aan je foto

Lijnen
Ook lijnen geven diepte, maar ook spanning aan je foto. Je kan elementen als beekjes, muurtjes, electriciteitsdraden, weggetjes gebruiken om het oog naar je onderwerp te leiden in je landschapsfoto's. Door de lijnen van deze elementen te volgen kijk je dieper de foto in. Ook bij portretfotografie kan de lijn van bijv. een arm iets extra's meegeven aan je beeld.
Landschapsfoto strand van Houlgate aan de Normandische Kust
Lijnen naar de horizon

Studio Zwart-wit portretfotografie
Diagonale lijn door de houding v.d. arm


Houd het simpel
En dit is een heel belangrijkstee. De kunst van het weglaten is één van de grootste wapens die een fotograaf kan hebben, ondanks dat fotografie vooral een vertellend medium is. Dus probeer niet van alles in je beeld te proppen. Je foto wordt er erg onrustig door en de kijker weet echt niet waar hij/zij naar kijken moet. De eenvoudigste foto's zijn vaak het sterkst en een simpel onderwerp zegt vaak meer dan duizend woorden.
Rood herfstblad in plas
Less is more

Meer foto's kun je bekijken op mijn site

Wil je meer weten over de basisprincipes van digitale fotografie, misschien is dan een workshop iets voor jou.

Scherpstelling

Dit blog is verhuisd en kun je vanaf heden volgen via deze link


Dit blog wordt niet meer aangevuld en wordt binnenkort  verwijderd.


















Naast de techniek om een goed belichte foto te krijgen is ook de scherpstelling belangrijk om een foto "geslaagd" te kunnen noemen.

Je kan een geweldige foto met het mooiste licht van je zoon,dochter of huisdier hebben gemaakt, maar als de ogen niet scherp zijn is je foto eigenlijk mislukt.
Close-up twee geelborst capucijneraapjes



Autofocus
De meeste camera's hebben verschillende autofocus (AF) programma's. Iedere fabrikant geeft daar weer een andere naam aan, dit kan je nalezen in de handleiding van je camera.
Zo heb je bijvoorbeeld "single shot- " en de "continue- "scherpstelling. Bij de eerste wordt er 1x scherpgesteld op het onderwerp.
Bij de tweede, de continue-stand, blijft de camera scherpstellen, heel handig bij bewegende onderwerpen.


Focuspunten
Als je door de zoeker van een spiegelreflexcamera kijkt zie je een aantal rechthoekjes. Het aantal is afhankelijk van het type camera. Dit zijn de punten waarop de camera scherp kan stellen en worden focus- of scherpstelpunten genoemd.
Sommige camera's hebben er 9, een ander 11 en de volgende camera heeft 51 focuspunten.
Het beste kun je alleen het middelste punt gebruiken om twee redenen:
  1. het glaswerk van het objectief is zodanig geslepen dat daar het beeld het scherpste wordt weergegeven.
  2. Je voorkomt dat de camera op het verkeerde punt scherpstelt
Je kan dit punt vastzetten oftewel locken. Zodra je scherpstelt op een onderwerp zie je dat het middelste punt rood oplichten.
Scherpstelpunt

Goed nu kan je dus in het midden van je beeld in het kader scherpstellen. Maar wat nu als het onderwerp, waarop je scherp wil stellen, zich links of rechts in het kader bevindt?
In dat geval focus je met het middelste scherpstelpunt op dat onderwerp en druk je de ontspanknop half in.
Hiermee vergrendel je de scherpstelling en kan je je compositie opnieuw bepalen zonder de ontspanknop los te laten. Is de compositie zoals je die wil hebben dan druk je de ontspanknop helemaal in. Handig toch?
Uiteraard heeft dit alleen zin als je camera in de single-shot modus staat.


Dynamische scherpstelling
Je kunt ook alle focuspunten activeren door je camera op dynamische scherpstelling te zetten. Hij zoekt het dichtsbijzijnde onderwerp, selecteert dat punt en stelt hierop scherp. Dit gebruik je voor bewegende onderwerpen in de continue modus.

Handmatige scherpstelling
In sommige gevallen lukt het de camera niet om scherp te stellen. Vaak is dit het geval als er zich voor je onderwerp nog iets bevindt zoals gras of een hek o.i.d. De camera weet dan niet waarop scherpgesteld moet worden en je hoort je objectief "jagen". In dat geval kun je het beste overschakelen naar handmatige scherpstelling ( soms een knopje aan de zijkant van je objectief of anders op je camerabody. Er staat AF en MF bij vermeld). Je draait vervolgens aan de scherpstelring op je obectief, net zolang dat je het onderwerp scherp in beeld hebt.
Handmatige scherpstelling



Wil je beter en creatiever leren fotograferen en vrienden met je camera worden, dan is de workshop misschien wel iets voor jou.



Lichtmeter en histogram

Dit blog is verhuisd en kun je vanaf heden volgen via deze link



Dit blog wordt niet meer aangevuld en wordt binnenkort  verwijderd.
















In de voorgaande blogjes kwamen diafragma, sluitertijd en iso- waarden aan bod. Deze 3 componenten vormen de belichtingsdriehoek en door de juiste instellingen krijg je een goed belichte foto. Maar waar te beginnen met die instellingen om die foto te maken? Want het is niet mogelijk één juiste combinatie te geven daar de instellingen afhankelijk zijn van de hoeveelheid aanwezig licht.
Bovendien zijn de instellingen afhankelijk van wat je wil bereiken.
Hieronder enkele voorbeeldjes:

1. een bewegend onderwerp " bevriezen", zoals water of spelend kind (   sluitertijd)
2. juist beweging meegeven aan je onderwerp ( sluitertijd)
3. alles scherp in beeld zoals bij een landschap ( diafragma)
4. een scherp onderwerp met een vage achtergrond, zoals bij een  portretfoto ( diafragma)

Belangrijk is daarbij te weten dat diverse combinaties van sluitertijd en diafragma dezelfde belichting opleveren.
De combinaties die je hieronder ziet geven allemaal hetzelfde resultaat wat de belichting betreft. De bovenste rij getallen zijn de sluitertijden en de onderste rij de diafragma openingen.



Voordat je de ontspanknop indrukt, moet je dus nadenken over het effect wat je in je foto wil bereiken.

Indien je de voorgaande fotografietips over diafragma en sluitertijd hebt gelezen weet je wat je kunt bereiken met de verschillende instellingen van deze twee componenten van de belichtingsdriehoek.
Bij het nemen van een foto ga je dus al vanuit een basisinstelling werken, zoals is aangegeven bij de voorbeelden boven het schemaatje 1 t/m 4. 
De lichtmeter in de camera kan je helpen om de juiste combinatie van sluitertijd en diafragma te vinden.
Lichtmeter
Deze lichtmeter zie je door de zoeker van de camera en bij de meeste camera's ook achter op het LCD-scherm zodra je de ontspanknop half indrukt. Een foto is goed belicht als het onderste streepje ( cursor) in het midden staat.
Staat de cursor te veel naar links dan krijg je een onderbelichte foto en te veel naar rechts een overbelichte foto.( Kijk goed op je eigen camera hoe de verdeling van de lichtmeter is. Bij sommige camera's staan de min- en plus getallen juist andersom). 
In bepaalde situaties zal je bewust moeten onder- of overbelichten. Dit komt omdat je camera "denkt" in 18% grijs. Dat betekent dat als je een wit sneeuwlandschap fotografeert, je camera denkt dat dit veel te wit is. Als je bij een dergelijke opname niet overbelicht wordt je sneeuwfoto te donker en ziet er grauw uit i.p.v. wit.
Hezelfde geldt voor zwart. Bijvoorbeeld bij het fotograferen van een zwarte hond. Dan zal je bewust moeten onderbelichten om te voorkomen dat je hond plotsklaps grijs is geworden.

Lichtmeetmethodes

Een goede belichting staat of valt met de juiste lichtmeting.  Meervlaks- of matrixmeting is standaard ingesteld op de camera. Deze meet het licht over het gehele gebied binnen de zoeker. 
Maar als op het hoofdonderwerp meer of minder licht valt dan op de achtergrond, of als het onderwerp zelf extreem licht of donker van tint is kan de camera moeite hebben om de optimale belichting te vinden. Je kan dan de camera op een andere lichtmeetmethode instellen, zoals spotmeting of deelmeting. Bij de diverse camerafabrikanten  worden hier vaak weer andere benamingen aan gegeven. Dit kan je nakijken in de gebruiksaanwijzing van je camera.

Histogram




Zodra je de foto hebt gemaakt is er nog een hulpmiddel om de belichting van je foto te checken en wel d.m.v. het histogram. Deze grafiek geeft een indicatie van de helderheden van de kleuren in je foto en dus niet van de kleuren zelf. Over het algemeen zie je een soort van berglandschap binnen het kader van de grafiek, althans deze behoort binnen het kader te blijven bij een goede belichting. Is de opname te donker dan loopt de grafiek links uit het kader en is de foto dus onderbelicht. Is de opname te licht en dus overbelicht dan loopt de grafiek aan de rechterkant buiten het kader.
Je hebt dan geen doortekening meer in ofwel de donkere delen, ofwel de lichte delen, zoals op de voorbeelden hieronder.


Fotografietips Histogram
          Goed belicht                                             Overbelicht                                            Onderbelicht



Het is nu heel gemakkelijk om de instellingen op je camera te wijzigen om alsnog een juiste belichting voor je foto te krijgen.


Wil je meer weten over de basis-, en belichtingstechnieken? Misschien is deze workshop fotografie dan wel iets voor jou.





ISO

Dit blog is verhuisd en kun je vanaf heden volgen via deze link


Dit blog wordt niet meer aangevuld en wordt binnenkort  verwijderd.

















Naast diafragma en sluitertijd behoort ISO als derde component in de belichtingsdriehoek. Met het juist instellen van deze drie componenten krijg je een goed belichte foto met de juiste kleuren en helderheden.

Belichtingsdriehoek

Een digitale foto wordt gemaakt zodra het licht door de lens gaat, de sluiter zich opent en het licht vervolgens op de sensor van de camera valt. De sensor registreert dit licht en zet het om naar een digitaal signaal, waardoor de foto opgeslagen kan worden.

De lichtgevoeligheid van de sensor noemen we de ISO-waarden. Hoe gevoeliger de sensor voor licht is hoe beter deze het licht kan 'zien', ook in omstandigheden waar weinig licht is. In het analoge tijdperk werden er filmrolletjes verkocht in diverse ASA, waarvoor standaard een rolletje met 100 ASA voor opnames op een heldere dag werden gebruikt. Als je vervolgens 's avonds iets ging fotograferen moest je het rolletje van 100 ASA uit je camera halen en vervangen voor een lichtgevoeliger rolletje met bijv. 400 ASA. Asa was dus de lichtgevoeligheid van het filmrolletje. Hoe hoger de ASA des te lichtgevoeliger was de film. Met ISO werkt dat precies hetzelfde. Alleen gaat het nu iets simpeler in zijn werk daar we alleen maar op een knopje van de camera hoeven te drukken om de lichtgevoeligheid van de sensor te wijzigen waardoor deze meer licht op kan nemen en er ook in minder gunstige lichtomstandigheden gefotografeerd kan worden.

De lichtgevoeligheid wordt weergegeven met een getal welke meestal begint bij 100 bij Canon camera's en bij 200 bij de meeste Nikon camera's.
De reeks getallen ( zonder tussenstops) ziet er als volgt uit:
100 - 200 - 400 - 800 - 1600 - 3200 - 6400 - 12800
Zoals je ziet is elk getal een verdubbeling van het voorgaande getal en betekent dus ook een verdubbeling in de lichtgevoeligheid van de sensor. Hoe hoger de ISO, des te minder (lang) licht er op de sensor van de camera hoeft te vallen voor een goed belichte foto. Het diafragma kan dus kleiner worden bij een hogere ISOwaarde waardoor je meer scherptediepte in je foto krijgt, of je kan de sluitertijd verkorten zodat je geen last hebt van bewegingsonscherpte.

Het verhogen van de ISO-waarde heeft echter ook een nadeel en dat is ruis. Met ruis wordt bedoeld dat de foto er korreliger en minder scherp uitziet. Hoe kleiner de sensor van de camera des te eerder zie je ruis in je foto verschijnen bij het verhogen van de ISO. Een compactcamera heeft een kleinere sensor dan een spiegelreflex crop camera en deze heeft weer een kleinere sensor dan een full frame camera.
Sluitertijd 1/125, Diafragma f16, Iso 1600

Sluitertijd 1/60, Diafragma f11, Iso 400
In de bovenste foto zie je veel ruis. Deze is dan ook genomen met een ISO-waarde van 1600.
Door de sluitertijd 1 stop te verlengen en het diafragma 1 stop te vergroten kon de ISO 2 stops naar beneden om toch dezelfde belichting te krijgen. Belangrijk is om de ISO te verhogen om de juiste instellingen te krijgen voor een goed belichte foto. Zet je Iso dus niet onnodig hoog daarmee voorkom je ruis. Maar als het niet anders kan dan is het een handig middel om toch je foto te kunnen maken en accepteer dan dat je de ruis niet kan voorkomen voor een goed belichte foto. In fotobewerkingsprogramma's is het nog mogelijk iets van de ruis weg te werken. Dat heeft echter weer als nadeel dat de swcherpte van je beeld ook iets minder wordt.

De huidige camera's presteren steeds beter met hogere ISOwaarden. Onder het mom van "voorkomen is beter dan genezen" kun je het beste voor jezelf uittesten tot welke waarde je de ISO kunt opschroeven zonder dat je ruis in je foto te zien krijgt. Het is namelijk wel heel erg jammer als je een uniek moment vastlegt of een prachtige (verre) reis maakt en achteraf blijkt dat je veel foto's hebt met ruis.

Met dit blogje heb ik de drie componenten die nodig zijn om een goed belichte foto te maken behandeld.
Vind je die drie begrippen ( sluitertijd, diafragma en Iso) nog moeilijk of weet je niet wanneer je wat moet instellen dan is een workshop basisfotografie misschien wel iets voor jou.

Sluitertijd

Dit blog is verhuisd en kun je vanaf heden volgen via deze link


Dit blog wordt niet meer aangevuld en wordt binnenkort  verwijderd.
















Bij het stukje over het diafragma schreef ik over de 3 componenten waardoor je in staat bent de juiste belichting voor je foto in te stellen :

  • Diafragma ( hoeveel licht valt er op de sensor)
  • Sluitertijd ( hoe lang valt het licht op de sensor)
  • Iso - waarden ( de gevoeligheid)

In tegenstelling tot het diafragma wat zich in  het objectief bevind, wordt de sluitertijd vanuit de body van de camera geregeld.
In de body van de camera zit de spiegel en daarachter de sluiter die bestaat uit twee "gordijntjes".
Met het instellen van de sluitertijd bepaal je hoe lang het licht op de sensor van je camera valt.
Wanneer je op de ontspanknop van je spiegelreflexcamera drukt om een foto te maken, gaat de tijd dat de sensor wordt belicht in. Eerst klapt de spiegel omhoog en vervolgens openen de zgn. gordijntjes zich om het licht op de sensor te laten vallen die direct achter de gordijntjes zit.

De tijd  dat de sluiter geopend is en het licht op de sensor valt is de sluitertijd en is het zaak om je camera stil te houden om onbedoeld bewogen foto's te voorkomen.




De reeks getallen ( oftewel stops) ziet er als volgt uit:
  2", 1", 1/2, 1/4, 1/8, 1/15, 1/30, 1/60, 1/125, 1/250, 1/500, 1/1000, 1/2000, 1/4000, 1/8000
Een getal met " erachter ( 1ste en 2de getal in de bovenstaande reeks) geeft  hele secondes aan. De getallen met de breuklijn worden zonder 1/ weergegeven op je display en geven delen van een seconden aan.
Het is dus belangrijk om goed op te letten wat er op je LCD scherm staat. Is dat 8" of is dat 8 ( hetgeen dus 1/8 deel van een seconde is).

Zoals scherptediepte in je foto samenhangt met het diafragma, zo hangt bewegingsonscherpte samen met de sluitertijd.

Gebruik je een snelle sluitertijd dan kan je een bewegend onderwerp "stilzetten". In fotografische termen noemen we dat bevriezen. Je ziet dat veel in de sportfotografie. Gebruik je een langzame sluitertijd dan kan je je onderwerp beweging meegeven, waardoor je foto dynamiek krijgt. Deze techniek zie je veel terug in landschapsfotografie bij opnames van o.a.water. Bij een waterval een snelstromende rivier zal het water als een zachte sluier op de foto verschijnen. 
Cascade bij Chalain, langzame sluitertijd
Sluitertijd is 3.0 sec.

Een kortere of langere sluitertijd zal je moeten compenseren door verandering in het diafragma aan te brengen om een over- of onderbelichte foto te voorkomen.

Ga je een stilleven fotograferen zoals een beeld of een bloemstuk dan maakt het niet uit met welke sluitertijd je fotografeert. Dat kan 1/125 zijn of 1/2000, het bloemstuk of beeld komt toch niet in beweging. De enige invloed die het heeft is dat van de sluitertijd op het diafragma.
Macro Gerbera


Als je uit de hand fotografeert is het dan wel van belang dat de sluitertijd boven een bepaalde grens blijft om onbedoelde bewegingsonscherpte te voorkomen. Een vuistregel voor het uit de hand nemen van foto's, is dat de belichtingstijd in seconden korter moet zijn dan 1 gedeeld door het brandpuntsafstand van de lens. 
Dus fotografeer je met een lens van 200mm zal de sluitertijd 1/200 of korter moeten zijn.
Ben je gedwongen een langere sluitertijd gebruiken, bijv. bij nachtopnames, is het statief een uitkomst.

Wil je meer weten over belichtingstechnieken en beter leren fotograferen? Misschien is deze workshop fotografie dan wel iets voor jou.

Diafragma

Dit blog is verhuisd en kun je vanaf heden volgen via deze link


Dit blog wordt niet meer aangevuld en wordt binnenkort  verwijderd.















In het vorige blogje heb ik het gehad over de scherptediepte in een foto, hetgeen mede bepaald wordt door het diafragma. Maar wat is nu eigenlijk dat diafragma?

Een goede belichting wordt bepaald door 3 componenten:

  • Diafragma (  hoeveel licht valt er op de sensor )
  • Sluitertijd ( hoe lang valt het licht op de sensor)
  • Iso - waarden (de gevoeligheid )



Het diafragma bevindt zich in het objectief en is een rondje met daarop lamellen gemonteerd, die je open en dicht kunt draaien. Om het voor je zelf wat duidelijker te maken kun je de wijsvinger en duim van één hand op elkaar zetten zodat deze een rondje vormen en laat je de wijsvinger aan de binnenkant van je duim glijden. De opening wordt steeds kleiner en er valt steeds minder licht naar binnen.


De hoeveelheid licht dat op de sensor valt bepaalt hoeveel scherptediepte er in je foto zit.


De reeks getallen ( oftewel stops) ziet er als volgt uit:
f/ 1 | f/ 1.4 | f/ 2 | f/ 2.8 | f/ 4 | f/ 5.6 | f/ 8 | f/ 11 | f/ 16 | f/ 22 | f/ 32 | f/ 45 | f/ 64
Door de f ervoor, worden ze ook wel eens f-getallen genoemd.


Hoe hoger het f-getal, des te kleiner de opening ( dus minder licht), des te meer scherptediepte.
Je bepaalt dus zelf of je alles, of maar een klein gedeelte in je foto scherp wil hebben door het diafragma aan je wensen aan te passen. Je kan het diafragma dus gebruiken om creatief te fotograferen.
Zie voor voorbeeldfoto's het voorgaande blogje over scherptediepte.

Het diafragma werkt in stappen in fotografietermen stops genoemd. Elke stop betekent een halvering of een verdubbeling van het licht.
Draai je het diafragma van f/ 4 naar f/ 5.6 is dit een halvering van de hoeveelheid licht dat op de sensor valt.
Ga je echter van een hoog getal naar het eerstevolgende lagere getal dan wordt de hoeveelheid licht juist verdubbeld. 

Het diafragma één stop kleiner maken ( van bijv. f/8 naar f/11) betekent dat dus ook dat je de sluitertijd 1 stop langer moet instellen om dezelfde hoeveelheid licht te verkrijgen. Doe je dat niet krijg een onderbelichte foto.

Welk diafragma je kunt bereiken wordt in de lens bepaalt. Je hebt lenzen met een vast diafragma over het hele bereik ( in- of uitgezoomd) van f/ 2.8 of lager, maar je hebt ook lenzen waar je maximaal gebruik kan maken van f/4 en bij telestand nog maar van f/5.6. De laatste groep zijn de "niet lichtsterke"lenzen. Het is dus belangrijk te weten hoe lichtsterk jouw objectief is, om verrassingen te voorkomen.

Wil je meer weten over de basisprincipes en je fotografie verbeteren, misschien is een workshop fotografie dan wel iets voor jou.

Scherptediepte

Dit blog is verhuisd en kun je vanaf heden volgen via deze link


Dit blog wordt niet meer aangevuld en wordt binnenkort  verwijderd.












Wat is SCHERPTEDIEPTE


Tijdens de workshops die ik geef blijkt dat er heel vaak onduidelijkheden zijn over de scherptediepte, een term die je in de fotografie vaak zult tegenkomen.

Scherptediepte
- Wat is het?
- Hoe gebruik je het?
- En hoe bereik je dat effect?

Scherptediepte is het gebied in een foto dat scherp lijkt. In de onderstaande foto is dat de druppel op de bloemblaadjes.

Macrofoto druppel
Kleine Scherptediepte



De scherptediepte die je in je foto wil is dus een bewuste keuze. Het is bekend dat het oog als eerste naar het scherpe deel van een foto trekt en het is dus belangrijk waar je de scherpte in je foto legt.


Bij macro- en portretfoto's zie je over het algemeen een kleine scherptediepte, omdat je je onderwerp los wil maken van de achtergrond, waardoor je er de nadruk op legt en je hoofdonderwerp niet verdwijnt in een rommelige achtergrond.
Bij landschaps- en architectuurfotografie zal je over het algemeen het hele beeld scherp willen hebben.

Het punt waarop je scherpstelt is volledig scherp. Daarvoor en daarachter wordt het steeds onscherper tot een punt waarop de kijker het als onscherp beschouwt. Dit gebied loopt vanaf ongeveer 1/3 van de lengte van de scherptediepte voor het scherpstelpunt en eindigt 2/3 na het scherpstelpunt.

Hoe ontstaat scherptediepte
De scherptediepte is van een aantal factoren afhankelijk; de grote van de sensor, het brandpuntafstand van het objectief, de afstand tot je onderwerp en het diafragma. De afmeting van je sensor is natuurlijk een vast gegeven, maar hier geldt hoe groter de sensor hoe kleiner de scherptediepte.

Brandpuntsafstand
De brandpuntsafstand van je objectief is een variabele die de scherptediepte bepaald. De brandpuntafstand van een objectief wordt in millimeter aangegeven. De regel hier is: hoe hoger het aantal millimeters, hoe kleiner de scherptediepte. Een groothoekobjectief met een brandpuntsafstand van 18mm geeft je dus een grote scherptediepte (een groot gedeelte scherp). Een teleobjectief van 200mm geeft je een kleine scherptediepte (een klein gedeelte scherp).

Afstand
De afstand tot je onderwerp is ook een belangrijke factor in de scherptediepte die je in een foto krijgt. Hoe dichterbij je scherpstelpunt ligt, hoe kleiner de scherptediepte. Fotografeer je een berglandschap in de verte, dan zal die altijd scherp zijn, inclusief de lucht erachter. Fotografeer je een bloem vlak voor je en stel je scherp op slechts een centimeter of twintig afstand dan zul je moeten oppassen dat je wel het hele bloemetje scherp op de foto krijgt.

Dit berglandschap is van voor tot achter scherp

Hier is alleen de kop van de kikker scherp















Diafragma
Hoe groot de scherptediepte in een foto uiteindelijk wordt is afhankelijk van het gebruikte diafragma. Het diafragma is het belangrijkste instrument om de scherptediepte in een foto te bepalen.

Schema diafragma

De scherptediepte beïnvloeden met het diafragma is ook erg eenvoudig; hoe groter de diafragmaopening, hoe kleiner de scherptediepte in je foto. Een beetje verwarrend hierbij zijn de diafragmagetallen; een hoger getal betekent een kleinere diafragmaopening en dus een grotere scherptediepte. Een lager getal betekent een grotere diafragmaopening en dus een kleinere scherptediepte.

Het diafragma gebruik je natuurlijk niet alleen voor het instellen van de scherptediepte. Met een kleiner diafragma (groter diafragmagetal) komt er minder licht binnen en krijg je een langere sluitertijd.

Scherptedieptecontrole
Spiegelreflexcamera's hebben een scherptedieptecontrole knop. Wanneer je door de zoeker kijkt zie je namelijk altijd de scherptediepte zoals deze is bij de grootste diafragma opening (kleinste getal). Pas wanneer je een foto maakt wordt het diafragma gesloten naar de ingestelde waarde.

Dit werkt zo omdat je beeld donkerder wordt bij een kleiner diafragma. Het beeld wordt donkerder maar geeft je een indruk van de daadwerkelijke scherptediepte in je nog te maken foto. Meestal vind je deze knop aan de voorkant van je camera vlak naast het objectief.

Wil je meer weten over fotografie? Misschien is de workshop fotografie dan iets voor jou.